Marcelis Boereboom: “ZIP moet het lef hebben om de randen op te zoeken”
Interview — Slimmer organiseren30 September 2009 - Marcelis Boereboom is ZIP-lid en directeur-generaal Langdurige Zorg bij het ministerie van VWS. Twee rollen die volgens hem bij elkaar horen. “ZIP is mijn inspiratiebron. Vanuit mijn rol als ZIP-lid zie ik waar innovaties in de langdurige zorg door wet- en regelgeving worden beperkt. En andersom: mensen ervaren knellende regelgeving, die er soms niet is”. 
“Die dubbele rol komt onder meer tot uitdrukking bij het komende arbeidsmarktadvies. Enerzijds adviseer ik bewindslieden over de reactie van het kabinet. Anderzijds ondersteun ik mijn ZIP-collega’s die bij het advies betrokken zijn en faciliteer hen met mijn deskundigheid. Ik vind dat het ZIP de randen op moet kunnen zoeken en gewaagde dingen mag zeggen”.
“Wet-en regelgeving legt de praktijk vast. Innovatie is vaak nieuwe praktijk. Daarom is het niet gek dat het één soms met het ander in strijd is. Als ik daar als directeur-generaal mijn ogen voor sluit, kan er geen innovatie komen”.
Verbindende schakel
“Ik ben sinds 2007 directeur-generaal. Ik moest best aan deze rol wennen. Ik wilde geen hoofddirecteur worden, maar een verbindende schakel zijn tussen politiek en het ambtelijk apparaat en tussen politiek en de buitenwereld”.
Ambitie
“De grootste uitdaging voor de langdurige zorg is de houdbaarheid. Dat we met elkaar in staat zijn om haar op hoog niveau te houden, zoals nu het geval is. We klagen over de kwaliteit, maar internationaal gezien, doen we het heel goed. Het buitenland is trotser op ons dan wij op onszelf”.
Arbeidsmarktbeleid en innovatie
De langdurige zorg staat op dit moment voor een grote uitdaging. De vergrijzing neemttoe en de arbeidsmarkt is een groot vraagstuk. “We verwachten op langere termijn een arbeidsmarktprobleem. Dit komt voor een groot deel door de manier waarop mensen binnen de sector werken”. Boereboom verwacht dat toekomstige generaties flexibeler willen werken. Daar moeten volgens hem de werkprocessen op aansluiten. “Arbeidsmarktbeleid en innovatie moeten hand in hand gaan”.
Programma In voor zorg
Er zijn momenteel veel programma’s die zich bezighouden met innovatie in de langdurige zorg. Een van deze programma’s heet In voor zorg, voorheen ‘Yes we care’ genoemd. Het gaat in oktober van start. “In voor zorg moet alle innovatieve ideeën in de sector op tafel krijgen. We gaan daarover met elkaar in debat, leren van elkaar, gebruiken goede voorbeelden en kijken of dat in de zorgorganisaties kan worden toegepast”.
De bedoeling van In voor zorg is om de arbeidsproductie, de veiligheid en de kwaliteit binnen de langdurige zorg te verbeteren. “Het is een belangrijk programma. Om de houdbaarheid van de zorg te garanderen, moet er echt gekeken worden naar andere methoden. Als dat slaagt, brengt het ons verder”.
ZIP als versnellingskamer
Naast alle innovatieve programma’s die VWS uitvoert, blijft het ZIP belangrijk. “Ik vergelijk het ZIP met een buitenboordmotor of versnellingskamer. Het ZIP reikt een aantal instrumenten aan, waarvan mensen ideeën krijgen. Deze worden weer door anderen opgepakt, zodat het ZIP zich op andere zaken kan richten. Het programma In voor zorg is daar zo’n voorbeeld van”.
Inspirerend voorbeeld
“Ik was laatst op werkbezoek bij een verzorgingshuis in Soest. Daar zijn ze al 15 jaar consequent bezig om systematisch en kleinschalig te werken. Ze doen dat door zo min mogelijk managementlagen te creëren. Door mensen lang thuis te houden en een beroep te doen op wat ze zelf nog kunnen. Ze nemen niet zomaar alles over. In het verzorgingshuis hangt ook een gezellige, huiselijke sfeer. Er wordt alles aan gedaan om mensen een comfortabele plek te geven. Dit vind ik een mooi voorbeeld van een geslaagde innovatie uit de bestaande praktijk”.
“Ik houd van ambities: de lat net iets hoger leggen. Als mensen erin slagen iets te bereiken, waarvan ze dachten dat het niet zou lukken… Dat geeft mij ongelofelijke motivatie”.
