Armand Höppener: “Geestelijke gezondheidszorg gaat ons allemaal aan”
Interview — Slimmer organiserenKomende periode zullen we maandelijks een ZIP-lid interviewen over een specifiek onderwerp. We starten deze serie interviews met Armand Höppener. We spraken met hem over innovatie in de geestelijke gezondheidszorg.
Inspelen op veranderende zorgvraag
Armand Höppener is sinds 1979 werkzaam als psychiater en heeft zich eigenlijk altijd met innovatie beziggehouden. “Innovatie is, in mijn ogen, het beter afstemmen van de zorg op de vraag van patiënten en op een steeds veranderende samenleving. Zo heb ik in de jaren ’80 meegemaakt dat de psychiatrie weg moest ‘uit de bossen’, naar de bewoonde wereld. Ik heb mij daar ook actief voor ingezet. En in de jaren 90 werd in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) de behoefte aan ‘evidence based medicine’ groter. Het is van belang om mee te gaan in die veranderingen. Ik vind dan ook dat je als zorgverlener de ruimte moet krijgen om je daarop te concentreren.”
De juiste middelen
“Financiering vormt vaak probleem bij innovaties, zo ook in de ggz. Het huidige financieringssysteem ondersteunt voornamelijk bestaande methodes. En dat vormt een drempel. Overheid en zorgverzekeraars moeten ervoor zorgen dat er meer financiële substitutie ruimte komt binnen het stelsel. Maar met alleen geld ben je er uiteraard niet. Innovatie vraagt om enthousiaste professionals, een goede visie, en management dat dit alles faciliteert. Succesvolle innovaties zijn vaak samenwerkingsverbanden die een breed draagvlak hebben.”
Taakherschikking en zelfmanagement
“Geestelijke ziektes zijn ruim vertegenwoordig in de top 10 van langdurende ziektes en veroorzaken veel schade. De vraag naar geestelijke gezondheidszorg is dus latent groot en moet in een vroeg stadium worden opgepikt door de zorgverleners.
Ik heb mij dan ook ingezet voor opname van een stuk geestelijke gezondheidszorg in de eerstelijn. Huisartsen moeten hiervoor uiteraard steun krijgen, maar als die er is dan kun je veel kortdurende behandelingen onderbrengen in de huisartsenpraktijk. Dit was weliswaar tegen de regelgeving in, maar de zorgverzekeraars in mijn regio waren groot voorstander hiervan en het is een groot succes.Veel zorg is daadwerkelijk verschoven. Het vraagt echter wel veel attitude van ggz-professionals huisartsen én patiënten.
Daarnaast moet er meer aandacht besteed worden aan zelfmanagement en preventie. Ik zie daarin een belangrijke ondersteunende rol weggelegd voor e-health. Het internet is immers altijd ‘open’ en zeer laagdrempelig. Het is onze taak als zorgverlener om betrouwbare informatie over te brengen en te zorgen voor goede websites.”
Leren van elkaar
Gevraagd naar wat andere zorgsectoren kunnen leren van de ggz antwoord Höppener: “Psychiatrie is meer doortrokken van maatschappelijke processen. Daarnaast is de ggz goed in multidisciplinaire werken en kan men goed samenwerken met maatschappelijke organisaties en andere zorgsectoren De emancipatie van de verpleegkundige is hoog en de afstand tussen de specialist en de rest van het personeel is relatief klein.
Op haar beurt zou de ggz veel kunnen leren van de behandeling van chronische zieken in andere sectoren. Daarnaast kan de ggz haar blik wel wat verbreden. Er is genoeg innovatief vermogen, maar soms is het wat bescheiden en te veel naar binnen gericht.”
Maatschappelijk belang
“In het licht van de ZIP-doelstellingen (zelfmanagement, preventie, chronische zorg en arbeidsbesparing) zijn er voor de ggz genoeg kansen. ZIP stimuleert immers integrale aanpak en heeft gelukkig ook aandacht voor de geestelijke gezondheidszorg. Zo zijn angst en stemmingsstoornissen benoemt als een van de speerpunten van het ZIP.
Helaas is de ggz momenteel niet erg in beeld bij de overheid. Dat moet veranderen. Daarnaast moeten we er van doordrongen zijn dat ggz meer is dan alleen gezondheidszorg. Er is een groot maatschappelijk belang bij gemoeid; het gaat ons allemaal aan. Er is behoefte aan mentale gezondheidsaanpak voor alle leeftijdsgroepen en in alle lagen van de bevolking en je moet het juist niet willen medicaliseren.
Nederland heeft immers een kennis/diensteneconomie; daarvoor moet de bevolking mentaal fit zijn. De mentale gezondheid gaat dus ook werkgevers aan. Ik pleit er dan ook voor dat er in het bedrijfsleven meer mee gedaan wordt. En jeugdproblematiek zou je voor deel kunnen faciliteren binnen het onderwijs. Lokale overheden moeten nu al beleid op stapel hebben staan om voldoende ondersteuning te bieden aan groepen die in de knel komen bij recessie.”
