Interdepartementale samenwerking voor een duurzaam gezondheidssysteem

Interview — Slimmer organiseren

Interview met Jeroen Bartelse, directeur interdepartementale directie Kennis en Innovatie, en Mijke Sluis van VWS.

7 juli 2008 - Op 4 juli zijn verschillende innovatieagenda’s naar de Tweede Kamer gestuurd, waaronder de maatschappelijke innovatieagenda gezondheid (MIA-G). Deze agenda richt zich op de realisatie van een duurzaam gezondheidssysteem langs vier programmalijnen. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor interdepartementale samenwerking. We spraken met Jeroen Bartelse, directeur van de interdepartementale directie Kennis en Innovatie en Mijke Sluis van het programmabureau Innovatie en ICT van het ministerie van VWS over deze agenda.

Vergroten concurrentiekracht

De MIA-G maakt deel uit van een reeks maatschappelijke innovatieagenda’s. Bartelse: “Met het project ‘Nederland Ondernemend Innovatieland’ wil het kabinet de concurrentiekracht van Nederland vergroten en belangrijke maatschappelijke vraagstukken aanpakken. Daarvoor is de interdepartementale directie Kennis en Innovatie in het leven geroepen. Eén van de onderdelen van het werkprogramma van onze directie is het opstellen van maatschappelijke innovatieagenda’s. Naast zorg komen er binnenkort ook agenda’s over veiligheid, onderwijs, water en energie.”

Jeroen Bartelse en Mijke Sluis

Jeroen Bartelse en Mijke Sluis

Interdepartementale aanpak

De MIA-G is interdepartementaal tot stand gekomen onder leiding van het ministerie van VWS. Mijke Sluis is projectleider van de MIA-G . “We hebben een foto van de sector gemaakt. Wat zijn de sterke en de zwakke kanten en waar zitten de witte vlekken? De nadruk in de MIA-G ligt op preventie: hoe hou je Nederland gezond? Preventie vraagt om een interdepartementale aanpak. Zo kan het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) bijvoorbeeld bijdragen aan gezondere voeding. Ik ben erg te spreken over die interdepartementale aanpak. Je stelt gezamenlijk doelen vast en die leiden tot een gezamenlijk commitment. Dat werkt heel prettig.”

Veel innoverend vermogen

Via deze website stromen de innovaties binnen. Dat verbaast Bartelse niets. “Er zit veel innoverend vermogen in de zorgsector. Dat is heel mooi! Met de MIA-G geven we kaders aan, waarmee we de sector willen helpen om innovaties te realiseren. En willen we juist een intersectorale aanpak stimuleren.” Sluis vult aan: “Het opschalen van goede innovaties gebeurt nu nog veel te weinig. Eén van de oorzaken daarvan ligt in belemmerende wet- en regelgeving. Het aanpakken van verkeerde regels is daarom één van de vier programmalijnen van de MIA-G.”

Ruimte voor experimenten

Bartelse ziet overeenkomsten in de verschillende maatschappelijke innovatieagenda’s. “Arbeidsmarkttekorten spelen niet alleen in de zorg, maar ook bij defensie en in de watersector. De oplossingsrichtingen kunnen deels hetzelfde zijn. Ook zie je in meerdere agenda’s ruimte voor experimenten terugkomen. En de vraag hoe je de aanwezige kennis kunt omzetten in (commerciële) producten. De sectoren kunnen leren van elkaars experimenten.” De zorg kan beter gebruik maken van de instrumenten die EZ biedt. “Dit geldt met name de deelsector verpleging en verzorging,” aldus Sluis

Geld verdienen

Met de maatschappelijke innovatieagenda’s kan Nederland enerzijds maatschappelijke problemen oplossen en tegelijkertijd de economie helpen. Bartelse: “Geld verdienen en maatschappelijke problemen oplossen bijten elkaar niet, ook niet in de zorg. Ondernemers kunnen een impuls geven aan de dienstverlening in zo’n sector, mits ook zij zich houden aan heldere en eenvoudige randvoorwaarden zoals bijvoorbeeld betrouwbaarheid en kwaliteit. Binnen die kaders zijn er veel kansen voor ondernemerschap.”

Van denken naar doen

Nu MIA-G door de ministerraad is goedgekeurd, begint voor Sluis en Bartelse de volgende fase: die van programmeren. Sluis: “We gaan kijken welke instrumenten we gaan inzetten om de doelen uit de MIA-G te realiseren en welke budgetten daarbij horen. We gaan dus van denken naar doen . Daar is voor het ZIP natuurlijk ook een belangrijke rol weggelegd.”

Meer informatie