Interview met ZIP-lid Tineke van den Klinkenberg

Interview — Professional centraal

16 mei 2008 - Tineke van den Klinkenberg is sinds 1973 actief als beleidsmedewerkster, coördinator, wethouder, raadslid, directeur en adviseur van ministeries en gemeenten. Tegenwoordig is zij zelfstandig adviseur. Zij heeft onlangs het boekje ‘Thuiswezen’ geschreven over de verpleeghuiszorg met daarin 14 interviews over waardige zorg. Als vervolg hierop is ze nu, in opdracht van de vereniging het Zonnehuis, aan het kijken hoe je naasten beter bij de zorg in verpleeghuizen kunt vasthouden en betrekken.

Melkertbanen

“Mijn deelname aan het ZIP heeft, denk ik, te maken met mijn praktische instelling. Ik ben echt een ‘doener’ en wil dingen voor elkaar krijgen” vertelt van den Klinkenberg “Ook het feit dat ik veel ervaring heb met veranderingstrajecten zal ermee te maken hebben. Zo ben ik bijvoorbeeld betrokken geweest bij de projectgroep sociale vernieuwing van minister Dales, destijds. In die functie heb ik, samen met Jan Schaefer, de Melkertbanen bedacht.”

Veel initiatieven

“Ik heb eens gekeken wat er allemaal op innovatief gebied gebeurt in de zorg. Dat is ongelooflijk veel! Er zijn platforms, forums en vernieuwingsprijzen te over” aldus van den Klinkenberg. Het ZIP moet zich er over gaan buigen hoe we al die initiatieven op elkaar laten aansluiten en hoe we dat kunnen coördineren. We moeten eerst kijken wat er allemaal is en wat daarvan de goede voorbeelden zijn. Daar moeten we vervolgens mee aan de slag.

Thuis oud worden

De thuiszorg en verpleeghuiszorg moeten, wat van den Klinkenberg betreft, als eerste aan de orde komen. “Dat zijn sectoren waarin veel te winnen valt. Mensen worden ouder en willen langer thuis blijven wonen. Daarom moeten we hier prioriteit aan geven.” Het imago van werken in deze sectoren is niet best. Veel mensen denken dat het alleen maar zwaar en soms vies werk is. We moeten dit soort werk weer aantrekkelijk maken anders is er heel binnenkort al een groot tekort aan goed opgeleid personeel. Om het vak weer aantrekkelijk te maken moeten we ook de opleidingen betrekken bij de innovaties. In Den Haag worden studenten bijvoorbeeld al tijdens hun opleiding betrokken bij de verpleeghuiszorg. “Een experiment dat wij als ZIP moeten volgen” volgens van den Klinkenberg.

Buurtteams

In de thuiszorg is er sprake van een steeds verdergaande schaalvergroting, krapte in financiën en een structuur waarin ‘uurtje-factuurtje’ gewerkt wordt. Daardoor is de planning vreselijk ingewikkeld geworden en krijgen klanten veel verschillende mensen over de vloer. Dat kan beter. Zo wordt er bij Amsterdam Thuiszorg geëxperimenteerd met buurtteams. Dat zijn kleine eenheden binnen de grote organisatie, die de patiënt weer als uitgangspunt hebben en kwalitatief hoogwaardige thuiszorg bieden.

Gecombineerde deeltijdbanen

In Friesland wordt gewerkt met gecombineerde deeltijdbanen. Je moet je daarbij voorstellen dat iemand dan de helft van de tijd in een verpleeghuis werkt en de andere helft in de kinderopvang. Hierdoor wordt het werk interessanter en uitdagender en daardoor aantrekkelijker. “Dit is bijvoorbeeld een experiment dat we goed moeten volgen als ZIP. Hoe zijn ze hiermee bezig? Gaat het werken? Is het dan misschien ook wel een oplossing die op andere plekken toe te passen is?” zegt van den Klinkenberg.

Extra werk

Als we het hebben over innovaties moeten ons ervan bewust zijn dat we steeds naar de cultuur van de organisaties moeten kijken. Waar zijn dingen vastgelopen en waarom? Vaak zit een deel van de oorzaak in de cultuur. Je zult zien dat er in een hoop organisaties weinig aandacht en waardering is voor creativiteit, terwijl dat essentieel is voor het bedenken van nieuwe oplossingen. Verder is de cultuur niet overal even ondernemend. Van den Klinkenberg observeert “Mensen zien heel vaak niet dat de kosten voor de baten uitgaan. Er wordt gedacht dat iets nieuws alleen maar extra werk zal opleveren, terwijl een innovatie op termijn juist vaak een besparende factor is.”

 
 

foto van Tineke van den Klinkenberg

“Mensen zien heel vaak niet dat de kosten voor de baten uitgaan. Er wordt gedacht dat iets nieuws alleen maar extra werk zal opleveren, terwijl een innovatie op termijn juist vaak een besparende factor is.”


Zie ook